
Een patisson heeft een zachte smaak, een beetje vergelijkbaar met courgette en kan vooral gebruikt worden om eten feestelijk op te dienen. Je kunt hem in stukjes snijden en, eventueel samen met andere groente, roerbakken. Maar eigenlijk is ie daar veel te mooi voor.
Ingrediënten (per persoon)
- Per persoon een kleine patisson, of een grote voor twee à 3 personen
- Per persoon een grote tomaat en twee stengels selderij
- Voor ieder 50 gram kaas, in kleine blokjes gesneden
- Een grote bos basilicum
Bereiding
- Doe de patisson in een grote pan en zet hem onder water. Kook de pattison gaar.
Kleine patissons doen daar zo’n 10 minuten over, grote ongeveer 20. Prik met de punt van een schilmesje of met een vork in de patisson om te controleren of hij gaat is. Haal voorzichtig uit de pan en zet op een snijplank. - Snijd de bovenkant eraf, dat wordt straks het dekseltje.
- Hol de groente uit en snij het binnenste in kleine stukjes. Snij ook de tomaat en de selderij in heel kleine stukjes. Hou van allebei een beetje achter als garnering. Scheur de basilicum in kleine stukjes en meng met alle groenten en de kaas.
- Strooi peper en zout aan de binnenkant van de uitgeholde patisson en doe er zoveel mogelijk van de
vulling in. Druk goed aan. - Zet op een bord, garneer met de overgehouden tomaat en selderij en een blaadje basilicum en zet het dekseltje er scheef tegenaan. Snij een grote patisson na de bewonderende blikken van de overige aanwezigen in stukken.
- Serveer eventueel overgebleven vulling er los bij.